Reactie en overleg staatssecretaris over kansspelbelasting

Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan eKudos.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl
Dinsdag 6 November 2007
Op donderdagochtend 1 november 2007 heeft overleg plaatsgevonden tussen de VAN en Staatssecretaris De Jager van Financiën. De Staatssecretaris houdt vooralsnog vast aan zijn voornemen om kansspelbelasting op speelautomaten in te voeren. Tegelijkertijd echter zet hij, mede naar aanleiding van de vragen die de financiële woordvoerders in de Tweede Kamer naar aanleiding van onze lobby hebben gesteld, vraagtekens bij de uitvoering daarvan. Gesproken is over denkrichtingen voor een oplossing

Het hoofdbestuur zal gaan nadenken over mogelijke bruikbare alternatieven. Indien gevonden, zal een ALV worden belegd.
Ook op 1 november 2007 is het antwoord van de Staatssecretaris op de vragen van de Tweede Kamer gepubliceerd. Deze treft u hier onder aan. In de reactie treft u de bovengenoemde 'opening' van de staatssecretaris niet aan. Achter de schermen wordt echter hard gewerkt aan een oplossing. De VAN vecht door.



Uit: Nota naar aanleiding van het verslag Belastingplan 2008, 1 november 2007

Van de Staatssecretaris van Financiën

Toepassing kansspelbelasting gokautomaten

De leden van de fracties van het CDA, de PvdA, de SP, de VVD en de PVV hebben vragen gesteld over het opheffen van de uitzondering van kansspelautomaten van de kansspelbelasting. De eerste vragen betreffen de gevolgen van de voorgestelde
maatregel voor de branche en het naar deze gevolgen verrichte onderzoek. Het kabinet heeft zich bij het voorbereiden van de maatregel onder meer gebaseerd op de rapportage over kengetallen van de speelautomatenbranche die door KPMG is
uitgebracht en het jaarverslag 2006 van het College van Toezicht op de kansspelen.

Op basis van deze gegevens is een beeld gevormd van de uitbreiding van de grondslag van de kansspelbelasting en van de draagkracht van de sector. Een additionele opdracht aan een onderzoeksbureau, zoals de leden van de fractie van de
PVV voorstellen, is dan ook niet nodig. Voor de openbaarmaking van het onderhavige wetsvoorstel is geen overleg gevoerd met de branche of het College van Toezicht op de kansspelen. Nadien heeft er op coöperatieve wijze uitwisseling van informatie
tussen het ministerie en de branche plaatsgevonden.

De berekening van de uitbreiding van de grondslag van de kansspelbelasting vormt het uitgangspunt van de opbrengstberekening. Bij het berekenen van de meeropbrengst is rekening gehouden met de BTW die de sector op dit moment feitelijk afdraagt. Dit is het saldo van de verschuldigde BTW over de afzet en de verrekende vooraftrek. De incidentele meeropbrengst door herziening van BTW-aftrek over eerdere investeringen is niet meegenomen in deze berekening.

In de budgettaire effecten van het Belastingplan 2008 zijn de opbrengsten conform de bestaande berekeningssystematiek, opgenomen zonder rekening te houden met tweede orde-effecten en gedragseffecten. De totale effecten (waar onder tweede orde
en gedragseffecten) van het totale kabinetsbeleid voor het komende jaar zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2008 (MEV) van het CPB. De optredende derving aan vennootschapsbelasting, zowel van de automatenbranche als
van de mede-exploitanten, wordt tot de tweede orde gerekend en is daarom niet in de budgettaire effecten opgenomen. Hetzelfde geldt voor de mogelijke effecten op de afzet en de omvang van de branche. Over dit laatste hebben de leden van de fractie
van de SP een vraag gesteld. Genoemde effecten maken wel deel uit van de berekening van de belastinginkomsten en het financieringssaldo van de overheid in genoemde MEV.

Indien er vraaguitval in de automatenbranche zou optreden, zo antwoord ik laatstgenoemde leden, ligt het voor de hand dat het geld dat eerder in de automatenbranche werd uitgegeven, nu zal worden uitgegeven aan andere goederen of diensten. Aangezien deze goederen of diensten in hun algemeenheid ook aan de BTW onderworpen zijn, hoeft een omzetdaling in een bepaalde sector macroeconomisch dus niet tot een daling van de BTW-opbrengst te leiden.

De fracties van het CDA, de PvdA, de SP en de VVD vragen ook naar de relatie met het kansspelbeleid en het voorkomen van gokverslaving. Het kansspelbeleid in Nederland heeft tot doel het reguleren en beheersen van kansspelen, met bijzondere
aandacht voor het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit. Het kabinet is het met de leden van de fractie van het CDA eens dat een verschuiving van kansspelautomaten
naar de illegaliteit niet wenselijk is. De in dit belastingplan voorgestelde maatregel maakt een einde aan een uitzondering in de fiscale wetgeving en daarbij heeft het kabinet geen wijziging van het kansspelbeleid in de zin. Mij zijn geen onderzoeken
bekend die een relatie leggen tussen gokverslaving en het uitkeringspercentage van de automaten, de leden van de fractie van de SP vragen hiernaar. De leden van de fractie van de VVD spraken de vrees uit dat het gevolg van deze maatregel een
toename zal zijn van het illegale gokcircuit. We zullen de ontwikkelingen wat dit betreft nauwlettend binnen de reguliere handhaving van het kansspelbeleid blijven volgen. De zin "Spelers die een bepaalde tijd willen spelen moeten dan meer inzetten" in de brief
van 15 oktober die de leden van de fractie van de VVD is opgevallen, heeft de bedoeling door te exerceren wat er zou gebeuren als de exploitanten een deel van de lastenverhoging zouden afwentelen op de spelers door het uitkeringspercentage van
de automaat te verlagen. Uiteraard zal een dergelijke verlaging van het uitkeringspercentage binnen de kaders van het speelautomatenbesluit moeten plaatsvinden, zodat geen spanning ontstaat met het kansspelbeleid.

De leden van de PvdA-fractie vragen verder wat de voorstellen betekenen voor de brutowinstverdeling tussen de automatenbranche en de mede-exploitanten. In de voorstellen die in het Belastingplan 2008 zijn vervat, wordt de exploitant van de
automaat belastingplichtig voor de kansspelbelasting. De grondslag voor de kansspelbelasting is het bruto spelresultaat, het verschil tussen de inleg en de uitgekeerde prijzen. Het bruto spelresultaat wordt volgens een bepaalde sleutel tussen
de exploitant en de mede-exploitant verdeeld. De grondslagverbreding van de kansspelbelasting leidt ertoe dat de lasten voor de exploitant stijgen.48 Het ligt dan in de rede dat de verdeling van de opbrengst tussen exploitant en mede-exploitant zal
worden aangepast.

Op de vraag van de leden van de SP-fractie naar een reactie op de argumenten van de automatenbranche dat het niet nodig is om speelautomaten onder het zogenoemde casinoregime te brengen, is het antwoord dat het spelen op kansspelautomaten in
onze ogen een grotere gelijkenis met casinospelen vertoont, met name op het punt van het onmiddellijke resultaat en de mogelijkheid meteen verder te spelen, dan met de overige spelen (loterijen, prijsvragen) die onder de kansspelbelasting vallen.
Ten slotte vroegen de leden van de fracties van het CDA en de VVD naar de invloed van de maatregel op individuele bedrijven, met name Holland Casino, respectievelijk JVH Gaming BV. Over individuele belastingplichtigen kan ik echter geen mededeling
doen.

48 De exploitant is belastingplichtig voor de kansspelbelasting, terwijl in het huidige systeem de btw wordt gedragen door zowel
de exploitant als door de mede-exploitant, ieder voor zijn deel in de bruto spelopbrengst.


Ten slotte

De leden van de fractie van het CDA vragen ten slotte om een reactie op het commentaar van de NOB. De leden van de fractie van de PvdA vragen een reactie op de commentaren van de NOB, VNO-NCW en MKB-Nederland en de redactie van de Vakstudie Nieuws. Hierna wordt ingegaan op het commentaar van de NOB evenals op de commentaren van het VNO-NCW voorzover het punten betreft die hiervoor nog niet aan de orde zijn gekomen.

In het commentaar van VNO-NCW en MKB Nederland wordt bij de kansspelbelasting opgemerkt dat de verschuiving van heffing over de uitgekeerde prijs naar de heffing op het brutospelresultaat logica zou ontberen, omdat het buitenkansbeginsel hiermee zou worden verlaten, waardoor het wezen van de kansspelbelasting gewijzigd zou worden. In het commentaar van de NOB wordt opgemerkt dat het buitenkansbeginsel voor de exploitatie van speelautomaten niet als rechtsgrond kan dienen. In reactie hierop wordt het volgende opgemerkt. De verlegging van de belastingplicht naar de organisator is reeds ingezet met de introductie van het regime voor de tafelspelen (belastingheffing over het brutospelresultaat) in 1981. Met het voorstel van wet houdende Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting in verband met kansspelen via internet dat door de Tweede Kamer met algemene stemmen is
aangenomen (wetsvoorstel ligt thans in de Eerste Kamer), wordt deze verschuiving van de belastingplicht naar de organisator uitgebreid tot de categorie internetkansspelen.51 Met de voorgestelde maatregel om ook de fysieke kansspelautomaten op basis van hetzelfde regime in de kansspelbelasting te betrekken, wordt de reeds ingezette verschuiving in het subject van de belastingplichtige verder doorgezet.

Voorts wordt opgemerkt dat de voorgestelde kansspelbelasting in strijd zou zijn met artikel 401 van de Europese BTW-richtlijn aangezien er sprake zou zijn van een verboden omzetbelasting. Zoals reeds aangegeven bij brief van 15 oktober 200752
heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen aangegeven dat van een verboden belasting pas sprake is indien die belasting wezenlijke kenmerken bevat van de BTW. Bij voorgestelde regeling is dit niet het geval zodat geen sprake kan zijn
van een verboden omzetbelasting. Kortheidshalve wordt verder verwezen naar vorenstaande brief.

De herziening van de vooraftrek op gokautomaten waar de NOB en VNO-NCW en MKB Nederland op doelen door de overgang van het regime van de gokautomaten van de omzetbelasting naar de kansspelbelasting is ingegeven door dwingend EUrecht.
Het is de lidstaten niet toegestaan hiervan af te wijken. Wanneer activiteiten niet langer in de BTW-heffing worden betrokken, is het niet mogelijk van de herzieningsregels af te wijken.

Bron: minfin.nl

Geef uw reactie op dit poker bericht

Naam:
Email:
Reactie: