HC een mooie gelegenheid om onderuit te gaan

Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan eKudos.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl Voeg dit bericht toe aan MSN.nl
Donderdag 26 Juni 2008
Holland Casino, mooie gelegenheid om onderuit te gaan

Als Peter Jolij* (4Cool de ogen sluit, ziet hij de spaarpot uit zijn jongensjaren voor zich. Van de SNS-bank, met haaientandjes in de gleuf. Elk gespaard dubbeltje en kwartje glijdt er in. Om de volle bus bij de bank in een ratelende telmachine te storten; fascinerend voor een oppassend en spaarzaam ventje. Als puber komt de Enschedeër eens per week in de snackbar. Nooit gooit Jolij zakgeld in een fruitautomaat of gouden 7-kast. Verder dan verveeld toekijken naar andere gokkers, wachtend op zijn patatje, komt het bij hem niet. Toch
gaat het vreselijk mis. Als Peter voor het eerst door Holland Casino in de stad loopt, is hij op slag overdonderd.

Vier jaar later is hij 73.000 euro spaargeld, 45.000 euro overwaarde van zijn huis en een lening van 16.000 euro (totaal 134.000 euro) lichter. Zijn vrouw en kinderen weten van niks; ze denken dat er een belastingschuld is. Peter verwijt Holland Casino, onder ministerieel toezicht, dat ze hem niet bij de kladden hebben gegrepen. Nu doet hij zijn verhaal, onderbouwd met stapels afschriften en correspondentie.
Als aanklacht tegen in zijn ogen falende controle in het gokhuis van de staat, als waarschuwing voor anderen. Voor hem is het gevoelsmatig te laat, het liefst wil hij dood. Zijn drama begint kort na de opening van Holland Casino in Enschede, in 2003. Peter loopt langs de Boulevard, de goktempel houdt open huis. Thuis zijn het niet de makkelijkste tijden.

Zijn schoonmoeder is ernstig ziek, ze zal sterven. „Ik zat niet goed in mijn vel.” Voor het eerst van zijn leven stapt Peter in de verleidelijke wereld van het casino. Hij is overdonderd. Gedempt licht uit de plafonds, tapijten waar gasten tot de enkels inzakken, prettige muziek, sprekende liften, het licht en geluid van rijen automaten, glimmend chroom, vriendelijke medewerkers; in één woord gelikt. „Ik had nog nooit zoiets gezien.” Tot dan is hij een oppassende jongen. Na de lts haalt hij het mavo-diploma, studerend op moeders bruine boterhammen met kaas. Hij werkt hard, als chauffeur. Twaalf uren per dag, zes dagen in de week. Hij is geen man van uitspattingen, nooit geweest. „Ik ben één keer in mijn leven op vakantie geweest. Na het examen, twee weken met een kameraad naar Spanje.” Als chauffeur draait Peter zoveel uren, dat hij aan stappen
niet toekomt. „Ik verdiende drieduizend gulden in de maand en woonde eerst nog bij mijn moeder. Het was meer werken dan lopen, geld kon ik niet opmaken.” De opvolger van de spaarpot met haaientandjes, de spaarrekening, zwelt, tot bijna twee ton (in guldens). Hij laat afschriften uit gelukkiger dagen zien. Maar meteen bij het eerste bezoek aan Holland Casino is hij verkocht. De roulettegokkast grijpt hem, ook om de ellende van zijn schoonmoeder te vergeten. Pakweg de eerste tien bezoekjes gaan lekker, met winst. Daarna gaat het alleen
maar slechter. Eerst speelt Peter met muntjes, al snel laat hij de apparaten papiergeld slikken.

Tientallen briefjes van 50 en 100 euro vliegen erdoor. „Ik speelde op 50 cent- en 1 euro-automaten. Daar kun je combinaties op spelen. Ik speelde er steeds meer. Met één druk op de knop kun je zo honderd euro kwijt zijn.” Bij elk zaterdags bezoek zit hij lang achter de kasten, vanaf half twee 's middags tot in de avond. Soms negen uur aan een stuk. Het personeel moet hem hebben gezien, schetst hij. Peter draagt steevast hetzelfde jasje, met - een volle - portefeuille. Nooit wordt hij aangesproken op zijn frequente bezoek of wilde gegok. „Als ze me meteen het eerste jaar hadden gewaarschuwd, was het niet zover gekomen.” Zover komt het wel. Vier jaar later zit hij diep in de schulden. Regelmatig gaat Peter naar die mooie gelegenheid om uit te gaan, met de paar duizend euro, die hij onderweg pint, plus de 2300 euro die casinomedewerkers ter plekke voor hem uittellen. Een zeldzame keer wint hij. Veruit het vaakst gaat hij blut naar huis, waar ze niets van zijn casinobezoek weten en bankafschriften niet checken. „Ik ga thuis over de financiën, mijn vrouw krijgt geld voor de boodschappen.”

Ze weet niks van de casino-ellende. Hij gaat niet echt vaak. Soms slaat hij drie weken over, om dan op een zaterdagavond weer een pak geld te verliezen. „Het was net op het daar op moest en iedereen van het personeel zag het. Ze kenden me, ik sprak ze en gaf fooi.” Hun spaarrekening gaat schoon op. Hij verhoogt de hypotheek van 103.000 naar 150.000 euro, ook nog eens met een woekerpolis. De overwaarde van zijn huisjaagt hij er in acht bezoekjes door. Hij sluit een lening van 16 mille af, tegen 5,9 procent rente, een extra maandlast van 240 euro. Alles om maar te kunnen gokken. „Ik leefde in een roes, eerst ook door de ziekte van mijn schoonmoeder. Het was gewoon gooien, niet nadenken. Soms ging ik twee keer op een dag en speelde op twee kasten tegelijk. Het was net of ik niet van de kruk af kon komen. Je kunt niet normaal denken, je gaat maar door. Ik dacht: als ik combinaties speel, kán ik winnen.”

Om hem lekker te maken, krijgt hij dinerbonnen voor twee cadeau. Peter gebruikt ze nooit. Hij sluit de ogen en ziet de kasten voor zich: met nijlpaarden, haaien met koffers, een ijsbeer, de sfinx, lotusbloem en tovenaar. Volgens de geleerden geven de apparaten 87,5 procent van de inleg terug aan de spelers; Peter betwijfelt dat. „Ik heb op automaten gespeeld die nul komma nul uitkeerden.” Maar de kasten zijn volgens hem niet de ware boosdoeners. Najaar 2007 komt hij tot inkeer. Welgeteld 134 mille lichter, begint hij te beseffen wat 'ie heeft vergooid. „Ik had nog een kleine vijfduizend euro op mijn rekening. Als ik zo doorga, sta ik rood, dacht ik.” Op de site van Holland Casino leest hij over preventiegesprekken die het staatsbedrijf met potentiële verslaafden houdt, om ze op de risico’s te wijzen of maatregelen te nemen. De Enschedeër zoekt contact met Holland Casino. Als hem van die kant een ‘overbrugging’ wordt voorgespiegeld om zijn naam te achterhalen, rijdt Peter naar de Nijmeegse vestiging voor een gesprek. Het duurt een half uurtje en ontaardt in verwijten.

Hij zou zijn onderhouden over alcohol- en rookverslaving. „Maar dat speelt bij mij helemaal niet. Ik rook matig en drink alleen in het weekend een pilsje. Ik ben chauffeur, dat kan helemaal niet. Ze zeiden dat ik tegen kasten had moeten schoppen of bezoekers lastig had moeten vallen. Dan was het wel opgevallen.” Hij krijgt een foldertje over de verslavingszorg mee. Peter pikt het niet en vraagt zijn bezoekgegevens op bij projectbureau Kansspelen, onderdeel van het ministerie van Justitie. Het antwoord stelt hem teleur. Van 2003 tot augustus 2007 is Jolij welgeteld 78 keer in het Enschedese casino te gast, blijkt uit de registratie. Gezien die frequentie, nul tot drie keer per maand, loopt hij niet automatisch in de kijker voor een
preventiegesprek. Dat zou anders zijn als hij vijftien keer in drie maanden de entree was gepasseerd. Peter viel bovendien niet op door ‘incidenten, opvallende houding of gedrag’. „Hoe vervelend de situatie ook voor u is, uit de informatie blijkt dat Holland Casino conform het preventiebeleid heeft gehandeld”, schrijft Justitie.

Volledigheidshalve wordt hij verwezen naar de schuldhulpverlening van de Stadsbank Oost-Nederland. Peter heeft er geen goed woord voor over en legt alle schuld bij Holland Casino.

Of hij geen eigen verantwoordelijkheid had? „Ik haat mezelf, maar die lui nog meer. Eén preventiegesprek, meteen toen ik als een wilde ging gokken, was genoeg geweest. Ik heb niet één reëele kans gehad.” De
gevolgen zijn pijnlijk. Opzij gelegd studiegeld voor zijn kroost is verdampt. Zijn kind is een sporttalent, maar geld voor de contributie is er niet meer. „Wat heb ik mijn kinderen aangedaan? Ik ben financieel en geestelijk kapot. Je gaat met het idee van zelfmoord naar bed en staat ermee op.” Peter loopt met de kop tegen muren. Verslavingsinstelling Tactus zegt dat hij domme pech heeft gehad, maar niet verslaafd is. De telefonische hulpdienst raadt hem aan het casino te vergeten. Peter mailt alle fracties in de Tweede Kamer aan, maar krijgt geen of onbevredigende antwoorden.

Het is toch legaal? „Dat betekent dat de Staat en de belastingdienst je helemaal mogen plukken.” Praat hem niet over normen en waarden, hij heeft er tabak van. Peter schrijft ministerpresident Balkenende
over zijn ellende. Hij krijgt keurig antwoord. Maar ook de premier kan hem niet helpen. „Hoezeer ik ook met u meevoel.” Balkenende adviseert hem contact te leggen met de schuldhulpverlening en stuurt het adres van de verslavingskliniek Jellinek mee. „Tevens wil ik u, misschien overbodig, in overweging geven daarmee contact op te nemen.” Dat heeft Peter niet nodig; hij loopt tegenwoordig met een boog om het casino...


*De naam Peter Jolij is gefingeerd. De schrijver kreeg inzage in alle transacties, bankafschriften en zijn
hypotheekakte.


Bron: Tubantia

Geef uw reactie op dit poker bericht

Naam:
Email:
Reactie: